JA-80S

Serviceuitleg JA-80S

1 Installatie


Installatie mag alleen geschieden door een gecertificeerde monteur goedgekeurd door een geautoriseerde distributeur.
De detector wordt meestal op het plafond gemonteerd, minimaal 60 cm van een muur af. Het kan een ruimte tot 50m³ beveiligen. Installeer minimaal 2 rookmelders in een gang van langer dan 9 meter, één aan elke kant.

Voorkom installatie in ruimtes waar:
- Er geen natuurlijke luchtcirculatie heerst (muur recessen, hoeken, nok van
een dak)
- ruimtes met stof, sigaretten rook of stoom.
- Snelle luchtverandereingen zoals ventilatoren, uitgang van airconditioning, of hoog geplaatste verwarmingen.
Vermijd plaatsing boven fornuizen in keukens waarbij stoom, rook, en oliedamp de werking van de rookmelder kan verminderen. Vermijd plaatsing bij metalen voorwerpen die het radio signaal kan blokkeren.

Waarchuwing: De meeste valse alarmen komen door slechte positionering van de rookmelder.

Installatie:
1. Open de detector (draai de achterkant van de behuizing)
2. Monteer de achterkant op de gewenste locatie.
3. Plaats de batterij nog niet en laat de behuizing open. Volg de inleer instructies van de centrale of universele ontvanger.
4. Basisprincipes van inleren zijn
1. Ga naar inleer mode in de centrale door op "1" te drukken op het bedieningspaneel in service mode.
2. Plaats de batterij in de detector. De detector zal zichzelf inleren bij de centrale en zal een zelf-test doen. (20 sec) Dit dient te geschieden in een rookvrije ruimte met schone lucht met een temperatuur van ongeveer +20°C.
3. Verlaat de inleer mode door op "#" te drukken.
Om de melder in te leren nadat de batterij geplaatst is, verwijder eerst de batterij en druk op de test knop om de melder te ontdoen van achtergebleven lading en de melder gereed te maken om in te leren.
4. Na het dichtdoen van de detector, controleer dat de 2 helften van de behuizing stevig aan elkaar vast zitten.
Na het installeren van de batterij zal de detector één minuut nodig hebben om zich te stabiliseren, tijdens de stabilisatie is het licht van de melder continu aan.

2 Jumpers

SIREN ON/OFF (Sirene aan/uit) Laat toe om de interne sirene uit te schakelen (OFF = uitgeschakeld)
FIRE/INST (brand/direct) Selecteert wat de natuurlijke reactie is van de melder in de centrale.
Jumper op positie FIRE: De centrale reageert als een brandalarm, ongeacht of het systeem is in of uitgeschakeld.
Jumper op positie INST: De centrale reageert met een brand alarm alleen als het systeem is ingeschakeld. Deze instelling is handig als de gebruiker wenst dat er bijvoorbeeld gerookt mag worden in een kamer of de open haart aan staat of terwijl het systeem is uitgeschakeld en dus geautoriseerde personen aanwezig zijn.
Waarschuwing: In de INST positie van de jumper zal de melder, als het systeem is uitgeschakeld, niet reageren op rook. De FIRE/INST jumper heeft alleen effect als in de Oasis centrale is ingesteld op een neutrale reactie op het adres van de melder. De jumper heeft ook geen effect in combinatie met UC-8x of AC-8x ontvangers. Als de behuizing van de melder wordt geopend wordt er een sabotage melding verstuurd.
 

3 Testen van de detector

De werking van de detector kan worden getest door de testknop ingedrukt te houden voor bijvoorbeeld 1 seconde. Dit activeert de sirene en de LED zal knipperen. De signaalsterkte en kwaliteit kan worden gemeten door de centrale in de service mode. Tijdens het testen met de test knop zal de melder signalen versturen die geen brandalarm kan veroorzaken in de centrale.

Waarschuwing: Sticht geen brand in een pand om de detector te testen. In plaats daarvan gebruik rook-simulerende spray om een test uit te voeren.

4 Uitzetten sirene tijdens een alarm

Tijdens een brandalarm zal de LED knipperen en de interne sirene zal luiden. Door op de test knop te drukken zal de sirene uitgeschakeld worden, maar de LED zal blijven knipperen totdat de rook is verdwenen.

5 Alarm geheugen in de detector

Normaal zal de melder een alarm geven totdat de rook verdwenen is en het alarm zal bewaart worden in het geheugen van de centrale. Als het gewenst is kan de interne geheugen worden geactiveerd door de test knop ingedrukt te houden als de batterij geplaatst wordt. In deze stand zal de melder een alarm blijven geven totdat de testknop wordt ingedrukt.

6 Fout indicatie

De detector zal regelmatig een zelf test doen. Als een fout wordt geregistreerd zal de LED snel gaan knipperen. Verwijder de batterij en plaats deze terug na 20 seconden. Als na ene minuut de LED weer gaat knipperen, stuur de melder op voor reparatie.

7 Vervangen batterij

De detector houd de batterij spanning in de gaten. Als deze te laag wordt zal de detector een signaal naar de centrale sturen om de gebruiker of monteur te waarschuwen. De detector zal blijven werken en de LED zal elke minuut knipperen. Het vervangen van de batterij moet niet langer worden uitgesteld dan 2 weken. Het vervangen moet door een gecertificeerde installateur gedaan worden als de centrale in de Service mode staat.
Lege batterijen niet zomaar weggooien, volg de locale regels voor het wegdoen van batterijen.

8 Verwijderen van de detector uit het systeem

Als de detector uit het systeem wordt verwijdert zal de centrale dit melden. De detector zal ook uit de centrale moeten worden verwijdert voordat de melder zelf verwijdert wordt.

JA-80S