JA-81M

Serviceuitleg voor JA-81M

1 Installatie



Installatie mag alleen geschieden door een gecertificeerde monteur goedgekeurd door een geautoriseerde distributeur.
Deze detector reageert als zijn magneet verwijdert wordt. De detector moet op het niet bewegende deel van een deur of raam geplatst worden, en de magneet op het beweegbare deel. De detector moet verticaal geplaatst worden. Vermijd het plaatsen op metalen delen die de magnetische eigenschap en/of het radio signaal kunnen storen. Als de deur of raam van metaal is raden wij aan de melder ergens anders op te hangen en een bedraad magneet contact aan te sluiten op de melder.

Zie de volgende instructies:
1. Open de behuizing door het lipje onderop in te drukken.
2. Schroef de achterkant op een niet beweegbaar deel van de deur of raam.
3. Bevestig de magneet aan het beweegbare deel van de deur of raam. De afstand tot de detector mag niet groter zijn dan 5mm als de deur of raam gesloten is. De onderkant van de detector moet gelijk lopen met de onderkant van de magneet. Er kan maar één magneet geplaatst worden, dit kan zowel links als rechts van de detector.
4. Plaats de batterij nog niet en laat de behuizing open. Volg de handleiding van de centrale of ontvanger.

De basis methode om in te leren is als volgt:
1. Activeer de inleer mode door op "1" te drukken in de service mode.
2. Plaats de batterij in de detector om de detector aan te melden.
3. Verlaat de inleer mode door op "#" te drukken.
Om de melder aan te melden als de batterij al is geplaatst; verwijder eer de batterij en druk dan een aantal keer op de sabotageschakelaar om rest spanningen weg te nemen.

2 DIP switches

MG ON / MG OFF Hiermee kan de interne magneetcontact uitgeschakeld worden als alleen een externe sensor is aangesloten.
INS / DEL Met INS zal direct een alarm gegenereert worden als de detector geactiveerd wordt, DEL zal de ingang vertraging starten als de centrale ingeschakeld is. De DIP switch (INS/DEL) heeft alleen effect als de detector in de Oasis centrale is ingesteld op neutrale reactie.
Het heeft geen efect als de detector word gebruikt met een UC-8X of een AC-8X ontvanger. Het openen van de behuizing zal een sabotage melding tot gevolg hebben.

3 Open/dicht status detectie

De fabrieks instelling van de detector laat deze zowel het openen als het sluiten van een deur of raam doormelden aan de centrale. Als het gewenst is dat alleen het openen van een deur of raam gemeld wordt, houd dan de sabotage schakelaar ingedrukt als de batterij wordt geplaatst.

4 Aansluiten externe sensor

Externe sensoren kunnen aangesloten worden op de detector. Het is mogelijk om hiermee meerdere deuren of ramen te beveiligen of om andere bedrade detectoren aan te sluiten. Er zijn 2 ingangen, IN en TMP welke zullen reageren als ze losgekoppeld worden van de geamelijke GND aansluiting
IN: Als de IN aansluiting losgekoppeld wordt van de GND aansluiting zal de melder hetzelfde signaal sturen naar de centrale alsof zijn eigen magneet verwijderd wordt van de detector. De interne sensor kan worden uitgeschakeld MBV de DIP switch als dit gewenst is.
TMP: De TMP aansluiting zal een sabotage signaal verzenden als deze wordt losgekoppeld van de GND aansluiting.
Let op: Als een van de twee ingangen niet worden gebruikt moet deze kortgesloten worden met de GND aansluiting

 

5 Testen van de detector

Tot 15 minuten na het sluiten van de behuizing zal de LED indicator oplichten als de deur of raam geopend of gesloten wordt. De signaalsterkte kan worden gemeten door de centrale in de Service mode.

6 Batterij vervangen

De detector houd de batterij spanning in de gaten. Als deze te laag wordt zal de detector een signaal naar de centrale sturen om de gebruiker of monteur te waarschuwen. De detector zal blijven werken en de LED zal knipperen bij elke activatie van de detector. Het vervangen van de batterij moet niet langer worden uitgesteld dan 2 weken. Het vervangen moet door een gecertificeerde installateur gedaan worden als de centrale in de Service mode staat.
Lege batterijen niet zomaar weggooien, volg de locale regels voor het wegdoen van batterijen.

7 Verwijderen van de detector uit het systeem

Als de detector is verwijdert moet worden, verwijder deze eerst in de centrale en haal dan pas de detector weg.

8 Technische parameters

Spanning:   Lithium batterij type CR14250SL (1/2 AA 3.0V)
Normale levensduur batterij:   Ongeveer 3 jaar bij max. 20 activaties per dag
Communicatie band:   868 MHz, Oasis protocol
Bereik:   Ongeveer. 300m (open veld)
Normale detectie bereik van de interne sensor:   45/25mm
Afmetingen:                                                110 x 31 x 26 mm

Ingangen voor externe sensoren IN en TMP = normaal gesloten lussen
 
 
 
 
 

 

JA-81M