JA-82K (deel 1)

Serviceuitleg voor JA-82K

1 Architectuur van de centrale


· De centrale heeft 50 adressen (01 tot 50), er kunnen 50 draadloze items ingelezen worden, bv detectoren, bedieningspanelen, afstandsbedieningen, sirenes ...
· Bij triggering zendt de detector een uniek signaal uit. De centrale die het signaal ontvangt koppelt aan elk signaal de juiste reactie. Bv de reactie voor een deurcontact kan een directe of vertraagd alarm zijn afhankelijk van de stand van de DIP switch. Een afstandsbediening zendt een signaal voor wapenen, ontwapenen of paniek.
o De centrale is zo voorgeprogrammeerd zodat aan elk draadloos element de juiste reactie word gekoppeld. Deze reacties kunnen later worden aangepast. Zie 12.39
· Draadloze items kunnen worden gekoppeld aan 3 secties: A,B of C. Bij partieel wapenen kan je enkel A wapenen, of A+B wapenen, of A+B+C wapenen. Bij een "SPLIT" systeem kan je zowel A als B afzonderlijk wapenen, waneer beide gewapend zijn, is automatisch de gemeenschappelijke sectie C ook gewapend.
· De centrale heeft 2 bedrade ingangen, deze zijn automatisch gelinkt aan adres 01 en 02. Wanneer deze ingangen niet worden gebruikt kunnen deze adressen gebruikt worden voor draadloze items. Sommige draadloze items bezitten ook een bedrade ingang, zoals bedieningspanelen, magneetcontacten en PIR bewegingsdetectoren.
· De centrale heeft 2 alarmuitgangen: IW = interne waarschuwing en EW = externe waarschuwing. Beide signalen zijn ook beschikbaar als draadloze signalen.
· Er zijn 2 programmeerbare uitgangen in de centrale, PGX en PGY. De functies van de PGX en PGY kunnen worden geconfigureerd. De PG uitgangen kunnen niet enkel worden gebruikt als bedrade uitgangen, maar ook als radio signalen voor de controle van de UC en AC ontvanger uitgangen.
De centrale heeft 50 adressen (01 tot 50), er kunnen 50 draadloze items ingelezen worden, bv detectoren, bedieningspanelen, afstandsbedieningen, sirenes ...
Bij triggering zendt de detector een uniek signaal uit. De centrale die het signaal ontvangt koppelt aan elk signaal de juiste reactie. Bv de reactie voor een deurcontact kan een directe of vertraagd alarm zijn afhankelijk van de stand van de DIP switch. Een afstandsbediening zendt een signaal voor wapenen, ontwapenen of paniek.
o De centrale is zo voorgeprogrammeerd zodat aan elk draadloos element de juiste reactie word gekoppeld. Deze reacties kunnen later worden aangepast. Zie 12.39
Draadloze items kunnen worden gekoppeld aan 3 secties: A,B of C. Bij partieel wapenen kan je enkel A wapenen, of A+B wapenen, of A+B+C wapenen. Bij een "SPLIT" systeem kan je zowel A als B afzonderlijk wapenen, waneer beide gewapend zijn, is automatisch de gemeenschappelijke sectie C ook gewapend.
De centrale heeft 2 bedrade ingangen, deze zijn automatisch gelinkt aan adres 01 en 02. Wanneer deze ingangen niet worden gebruikt kunnen deze adressen gebruikt worden voor draadloze items. Sommige draadloze items bezitten ook een bedrade ingang, zoals bedieningspanelen, magneetcontacten en PIR bewegingsdetectoren.
De centrale heeft 2 alarmuitgangen: IW = interne waarschuwing en EW = externe waarschuwing. Beide signalen zijn ook beschikbaar als draadloze signalen.
Er zijn 2 programmeerbare uitgangen in de centrale, PGX en PGY. De functies van de PGX en PGY kunnen worden geconfigureerd. De PG uitgangen kunnen niet enkel worden gebruikt als bedrade uitgangen, maar ook als radio signalen voor de controle van de UC en AC ontvanger uitgangen.

Het systeem kan bediend worden via gebruikerscodes of via toegangskaarten ( Type,Proximity EM technologie). Het systeem laat 50 verschillende gebruikers toe. Het systeem kan ook worden bediend via afstandsbediening, en wanneer de centrale beschikt over de juiste kiezer, kan deze bediend worden via GSM of via het Internet.
Het is mogelijk om verschillende reacties te koppelen aan toegangscodes of toegangskaarten, en wanneer je gebruik maakt van een "SPIT" systeem, dan is het mogelijk aan te geven welke code/kaart toegang heeft tot sectie A of tot sectie B. Elk van de max. 50 gebruikers kan zijn eigen 4 nummerige code en/of zijn eigen kaart hebben. Wapenen en ontwapenen is mogelijk door zowel de kaart als de code, en wanneer hogere beveiliging is vereist, dan is ook een combinatie kaart+code mogelijk om te wapenen/ontwapenen.
Programmeren van het systeem is mogelijk via het OASIS bedieningspaneel JA-80F(draadloos) en de JA-80E(bedraad), alsook via computer met de Comlink software. Verdere opties bieden programmering via telefoon/GSM of via het internet.
De centrale heeft een voedingsmodule en er is plaats voor een 12V 2.6Ah batterij voor Autonomie.
De centrale heeft ook een digitale bus uitgerust met aansluitklemmen en RJ connectoren. Deze digitale bus kan worden gebruikt voor het bedrade bedieningspaneel of voor de verbinding met de PC via de USB interface.
De centrale kan worden uitgerust met een optionele kiezer voor externe communicatie naar het systeem. De LAN/PSTN kiezer JA-80V en de GSM kiezer JA-80Y laten communicatie toe naar de meldkamer. De kiezers kunnen SMS boodschappen sturen en laten controle toe van het systeem van op afstand via telefoon/GSM of via het internet. De JA-80X PSTN kiezer kan alarmen rapporteren via de traditionele telefoonlijn via ingesproken boodschappen.

Opmerking OASIS JA-82K heeft 3 modes, gebruikersmode, onderhoudsmode en installatiemode. Gebruikersmode is voor het dagelijks gebruik van het systeem door de geautoriseerde gebruiker.(bv wapenen / ontwapenen). Onderhoudsmode is voor de houder van de MASTER code ( systeem administrator) voor gelimiteerde programmering van het systeem ( bv aanpassing codes/kaarten). Installatie mode is enkel toegankelijk voor installateurs, en wordt gebruikt voor de programmering en bediening van alle aspecten van het systeem.

1.1 Optionele systeem configuraties

In de Europese Unie, volgens the standaard regelgeving, voldoet de OASIS centrale volgens de EN-501-xx aan graad 2.
De centrale moet hiervoor minimum volgende configuraties hebben:
· Minstens 2 niet "non-backup-sirenes" (JA-80L of SA-105) + kiezer klasse ATS2 (JA-80Y, JA-80V of JA-80X)
· Minstens 1 "backup-battery" sirene (JA-80A of OS-350) + kiezer klasse ATS2 (JA-80Y, JA-80V or JA-80X)
· Geen sirene + kiezer klasse ATS3 (JA-80Y of JA-80V)

Opmerking: De boven aanbevolen configuraties zijn gebaseerd op de EU standaard EN-50131-1 geldende bij de opmaak van deze handleiding

2 Installatie van de centrale

De centrale kan worden bevestigd aan de muur met 3 schroeven. Het boor schema kan je terugvinden op de laatste pagina van deze handleiding

· Omdat de centrale communiceert via radio frequentie raden we aan om de centrale niet te installeren in de nabije omgeving van grote metalen objecten die de radio communicatie kunnen blokkeren.

2.1 Stroomkabel bedrading

De spanningskabel van de centrale dient te worden aangesloten door bevoegde personen met de juiste elektrotechnische graad.
 

De spanningskabel van de centrale is dubbel afgeschermd (veiligheidsklasse 2) en heeft geen extra aarding.

· De dubbel afgeschermde voedingskabel moet een minimale sectie hebben van 0.75 tot 1.5mm². Deze kabel moet worden aangesloten aan de schakelbare smeltveiligheid van 10 AMPS van de centrale, deze zekering is van het type T200mA/250V
· Bevestig de kabel in de kabelhouder van de centrale, zorg ervoor dat de draadeinden goed afgeschermd zijn en bevestig in de connector.
 

3 Geheugen van de centrale

Het geheugen van de centrale zit opgeslagen in de EPROM. Bij beschadiging van de centrale is deze verwijderbaar en kan aangebracht worden in een nieuwe centrale, zonder dat de data verloren gaat. Zo blijven alle settings van ingelezen detectoren, toegangscodes en kaarten bewaard. De nieuwe centrale zal zo een exacte kopie zijn van de vorige centrale.
Opmerking
· De kiezer instellingen zitten niet in dit geheugen
· Het geheugen mag enkel worden geplaatst/verwijderd in spanningsloze toestand.
· Het is steeds aan te raden om het geheugen te bewaren op PC via de Comlicksoftware. Zo is de data ook bewaard bij heel zware beschadiging.

4 Centrale: Connectoren en aansluitklemmen

Antenne connector – Deze wordt gebruikt om te connecteren naar de interne antenne of naar de externe antennes zoals de AN-80 of AN-81.

Reset link (normaal open) – Om de centrale te resetten moet men deze link kortsluiten alvorens de centrale op spanning te brengen. Deze link kan men ook gebruiken voor inlezen van een centrale door deze even kort te sluiten wanneer de centrale op spanning staat.

Digitale bus connector – Voor het aansluiten van het bedraad bedieningspaneel JA-81 E of de PC voor de Comlink software via de JA-80T USB interface kabel. Dezelfde digitale bus zie je onderaan rechts aan de behuizing van de centrale. Dezelfde bus is beschikbaar via de aansluitklemmen GND,A,B,+U

Communicatie connector – dit is de connector voor de optionele kiezer. (PSTN, LAN of GSM)
Interne bedradingsconnector – Sluit de interne bedrading aan in de behuizing van de centrale.

Aansluitklemmen:
AC 20V hier sluit je de transformator uitgang aan.
01, GND, 02 zijn bedrade ingangen van de centrale.
· De reacties voor deze ingangen te triggeren zijn vastgelegd door de instellingen van adres 01 en 02. De fabrieksinstelling voor deze 2 bedrade ingangen zijn beide vertraagde ingangen in sectie C.
· Aansluitklemmen 01 en 02 gebruiken weerstanden in lus
o Verbinden naar GND via 1 to 5 kW = getriggerde input,
o Tot 5 normaal gesloten magneetcontacten kunnen in serie worden geplaatst en worden aangesloten op 1 hard bedrade ingang, elk magneetcontact dient 1 weerstand parallel te hebben van 1KW ( Zie onderstaande schema)
o Meerdere tampercontacten kunnen in serie worden geplaatst zonder extra weerstand parallel. Het aantal tampercontacten is niet gelimiteerd, en kunnen gecombineerd worden met triggercontacten met parallel weerstanden van 1KW
 

o Wanneer er draadloze onderdelen zijn ingeschreven op adres 1 en adres 2 zal de overeenkomende ingang gedeactiveerd worden.
o Wanneer je de hard badrade ingang niet gebruikt, en ook geen draadloze item inleest in adres 1 of 2, dan moet de ingang aangesloten worden naar de GND via een 1KW Weerstand.

NC – Normaal gesloten contact voor de externe waarschuwing.
NO – Normaal open contact voor de externe waarschuwing
EWC – gemeenschappelijk contact voor de externe waarschuwing relais. Maximum 1A/60V. De centrale zend ook het waarschuwing radiosignaal naar de draadloze sirenes.
IW – Interne waarschuwing (sirene) uitgang. Deze uitgang is aangesloten aan de GND tijdens een intern alarm. Een standaard binnensirene kan worden aangesloten aan de +U en de IW connectoren (max 0,5A). De IW uitgang status is ook draadloos doorgestuurd naar de draadloze binnensirene.
Het grote verschil tussen een interne en externe waarschuwing is tijdens de inloopvertraging. Wanneer een instant detector getriggerd wordt tijdens de inloopvertraging, zal enkel de binnensirene getriggerd worden, de buitensirene zal pas afgaan na de inloopvertraging.
PGX, PGY –zijn 2 programmeerbare uitgangen. Wanneer een uitgang geactiveerd wordt zal deze schakelen naar de GND met een maximale belasting van 0,1A/12V. De fabrieksinstelling van de PGX is de functie aan/uit die je vanaf het keypad kan bedienen via het toetsen *81 / *80 of met de pijltoetsen ). De fabrieksinstelling van de PGY uitgang is dat deze zal geactiveerd worden vanaf het systeem is gewapend. De status van de PGX en PGY uitgang is draadloos via radiosignaal verstuurd voor de UC en AC modules.

GND – Aarding
A,B – digitale bus data
+U – voor back-up voeding (10 to 14V), 1A zekering. Max. Continue belasting 0.4 A (max. Onderbroken lading van 1 A, voor 15 minuten, eenmaal per uur). Wanneer de zekering gesmolten is zal de centrale een voedingsfout aangeven

5 Aansluiten bedraad keypad


De centrale kan bediend en geprogrammeerd worden door JA-81F draadloze keypads EN/OF door JA-81E hard bedrade keypads. Een hard bedrade keypad kan worden aangesloten aan de centrale door een telefoonkabel met RJ connectoren op de digitale bus-ingang, of via twisted pair kabel van maximaal 100 meter bekabeld via de voorziene connectoren zie bovenstaande schema. ( GND, A, B, +U)
We raden aan om slechts 1 bedraad keypad op te nemen in een systeem.

6 Back-up batterij

De centrale kan voorzien worden van een Jablotron back-up batterij van 1,3 of 2,2 Ah, afhankelijk van de vraag voor autonomie.
Euro-standaard EN 50131-1 vraagt 12 h minimum back-up tijd voor graad 2 systemen. 

Draadloze items worden niet door de centrale gevoed.
Met een 1,3 Ah backup batterij kan 12h back-up tijd worden gerealiseerd als het stroomverbruik niet meer dan 85mA bedraagd. Met de 2,6 Ah batterij heb je dubbele capaciteit (170mA). Dit berekend op 80% van de batterij capaciteit daar er 20% wordt voorzien voor het verouderen van de batterij effect.

· De gemiddelde levensduur van de back-up batterij is tot 5 jaar, daarna moet deze worden vervangen. De batterij in het systeem zal automatisch worden opgeladen, en de status wordt weergegeven door het systeem. Wanneer het systeem enkel op batterijspanning werkt zal er een technisch alarm plaatsvinden wanneer de back-up batterij bijna leeg is.

Zorg ervoor dat de batterij juist wordt aangesloten ( Polariteit: Rood = positief +, Zwart = Negatief - )
Waarschuwing: De batterij is al geladen bij aankoop – vermijd voor de veiligheid een kortsluiting op de uitgangen.

7 In werking stellen van de centrale

· Controleer de bedrading, wanneer de GSM kiezer geïnstalleerd is, plaats de SIM kaart. (pincode verwijderen)
· Sluit voorzichtig de back-up batterij aan
· Sluit de spanning voorzichtig aan. Een groene led zal beginnen knipperen op de print van de centrale.
· Wanneer een hard bedrade keypad geïnstalleerd is zal deze in service mode staan. Indien niet in service mode is de centrale niet in fabrieksinstelling, in dit geval is een reset nodig (zie hoofdstuk 9)

7.1 Inlezen van het draadloos keypad

Wanneer er geen hard bedraad keypad is aangesloten op de centrale, en het draadloos keypad zat niet in de kit, moet het draadloos keypad ingelezen worden in de centrale als volgt:
1. Hou een geopend keypad en de batterijen klaar.
2. Controleer dat de groende led van de centrale knippert.
3. Sluit de reset link kort door middel van een jumper voor ongeveer 1 seconde, hierdoor komt de centrale in inleesmode.
4. Plaats de batterijen in het keypad in de buurt van de centrale.
5. Het keypad zal een beep geven en zal ingelezen zijn in het eerste vrije zone. De volgende zie je nu op het keypad: "Enrollment 04:Device".
6. Druk op # om uit het inleesmenu te gaan om zo in de "Service" mode te komen

Waarschuwing:
· Wanneer het keypad niet is ingelezen, dan zijn de instellingen niet de fabrieksinstellingen. In dit geval doe je een volledige reset en herhaal vorige stappen.
· Als je een keypad wil inlezen op een andere zone, ga dan terug naar de inleesmode via de "1" toets, selecteer via de pijltoetsten het juiste adres, verwijder de batterij en plaats de batterij dan terug in het keypad.

Aanbeveling: Het is sterk aanbevolen om het keypad met een magneetcontact te installeren bedraad naar de ingang van het keypad. Op deze manier zal het keypad uit de slaapstand komen telken de deur geopend wordt. Dan zal je ook de ingangsvertragingsbeeps op het keypad horen, en de kaart kan dan onmiddellijk gelezen worden.

8 Taalselectie van het keypad

Wanneer de * toets continue blijft ingedrukt tijdens de batterij connectie, zal het intern menu de selectie van de taal toelaten.
Kies via de pijltoesten de juiste taal en bevestig met de * toets.

In dit menu kan ook het deurbel functie van het keypad aan of uitgezet worden.

Opmerkingen:
• Wanneer de batterijen al aangesloten waren in het draadloos keypad, dan moeten de batterijen eerst verwijderd worden voor een korte tijd alvorens op de * toets te drukken.
• Voor elk keypad kan in 1 systeem een verschillende taal worden geselecteerd, handig voor plaatsen met mensen van verschillende nationaliteiten.

9 Resetten van de centrale

Wanneer je terug wil naar de fabrieksinstellingen, doe volgende handelingen:

1. Verwijder de back-up batterij en schakel de spanning af (bv door de zekering te verwijderen).
2. Sluit de reset link kort via een jumpercontact
3. Sluit terug de back-up batterij aan en de spanning.
4. Wacht tot de groene led begint te knipperen en verwijder dan de jumper van de reset link.

Waarschuwing:
· Na een reset zijn alle draadloze items uit het systeem verwijderd, en alle gebruikersnamen en gebruikerscodes zijn gewist.
· Na een reset zal de master code terug 1234 zijn, en de service code 8080, het resetten kan gedeactiveerd worden -> zie hoofdstuk 12.9

10 Het deksel sluiten van de centrale

Nadat het keypad in werking is kan men het deksel van de centrale sluiten. Voor het sluiten van het deksel controleer je nog de aansluiting van de antenne in de centrale.

11 Inlezen van draadloze items

De centrale heeft 50 zones (01 tot 50), er kunnen 50 draadloze items worden ingelezen, bv detectoren, keypads, afstandsbedieningen, sirenes,.. De draadloze items kunnen worden ingelezen op enkele bepaalde zones door deze in te lezen of via de productiecode -> zie hoofdstuk 12.41

11.1 Installeren van draadloze items

Draadloze items kunnen eerst worden geïnstalleerd, en daarna worden ingelezen in het systeem, of visa versa. Wanneer je twijfelt over het bereik van het radiosignaal kan je deze communicatie eerst testen (code 298) alvorens over te gaan tot de plaatsing. Volg de handleiding van de afzonderlijke items tijdens de installatie.

11.2 Inlezen van draadloze items in de centrale

1. Indien je niet in "Service" mode bent, druk *0 service code, fabrieksinstelling is *08080. De centrale mag niet gewapend zijn.
2. Druk op de "1" toets, nu kom je in de inleesmode, het eerste vrije adres komt op het scherm. Voor een nieuwe centrale is dit adres 04
3. Gebruik de pijl toetsen indien je een andere zone wilt selecteren. Wanneer de zone al bezet is zal de A led rood oplichten.
4. Het item zal worden ingelezen zodra de batterij aangesloten is, hierbij zal de A led rood oplichten waarop daarna de volgende vrije zone weergegeven wordt.
5. Door alle batterijen aan te sluiten in de verschillende items zullen deze allemaal ingelezen zijn in de centrale. Druk op de # toets om de inleesmode te verlaten om terug in de service mode te komen.

Opmerkingen:
· Wanneer een draadloos element wordt ingelezen in zone 1 of 2, dan zal de corresponderende hard bedrade ingang afgesloten worden, bij het wissen van de draadloze zone komt deze terug actief.
· Afstandsbediening type RC-8x kunnen worden ingelezen door beide toesten ingedrukt te houden, bv.: +of + 
· Voor een afstandsbediening met 4 knoppen zullen dus 2 afzonderlijke zones worden ingelezen.

· Enkel 1 element kan worden ingelezen in een zone.
· Wanneer led A oplicht, betekent dit dat het aangegeven zone al bezet is en er dus geen items kunnen worden ingelezen op deze zone.
· Wanneer een item reeds is ingelezen in een bepaalde zone, en dit item lees je daarna in op een andere zone, dan zal het item het adres van de nieuwe zone hebben, de vorige zone zal daarbij terug vrij zijn voor nieuwe items.
· Wanneer een item niet kan worden ingelezen in de centrale, dan is ofwel de draadloze verbinding ontoereikend vanwege grote afstand, ofwel is de afstand tussen item en centrale te klein ( men moet minimaal 2 meter afstand houden).
· Om een item in te lezen, haal eerst de batterij uit het item, wacht ongeveer 10 seconden alvorens de batterijen terug te plaatsen. Door op de tamper te drukken zal de resterende batterij spanning vlugger ontladen, en hoef je niet te wachten.
· Een sub centrale kan worden ingelezen in de "Master" centrale door 299 in te toetsen op het keypad van de sub centrale in service mode. ( zie hoofdstuk 12.10)
· Wanneer je laatste deurdetectoren wil toepassen in een systeem, moeten deze in adres 00 tot 05 of 46 to 50 worden ingelezen ( Zie hoofdstuk 12.23)

11.3 Testen van ingelezen items

1. De antenne van de centrale dient aangesloten te zijn, indien niet in service mode, druk *0 8080 om in service mode te komen. Service mode enkel mogelijk als het systeem niet gewapend is.
2. Trigger het te testen item ( bij een detector, open en sluit de cover en wacht tot deze klaar is om getest te worden)
3. Het keypad zal beepen en zal de signaalsterkte weergeven van het geteste item ( het deksel van het keypad is best open). We raden aan om het keypad mee te nemen naar de locatie van de te testen items.

Opmerking:
· Bewegingsdetectoren JA-80P en JA-85P kunnen tot max 15 minuten na het sluiten van de cover worden getest. Na deze periode zal de detector de wijzigingen negeren (zie handleiding detector voor details)
· Items kunnen ook in onderhoudsmode worden getest.

11.4 Meten van de signaalsterkte

De antenne van de centrale dient aangesloten te zijn,indien niet in service mode, druk *0 8080 om in service mode te komen. Service mode enkel mogelijk als het systeem niet gewapend is.

1. Toets 298, het laagst ingelezen item zal worden weergegeven.
2. Trigger het item van de weergegeven zone. Het keypad zal nu de signaalsterkte weergeven van de getriggerde zone op een schaal van ¼ tot 4/4. Hou het deksel van het Keypad open tijdens het meten van de signalen.
3. Via de pijltoetsen kunnen andere items geselecteerd worden voor signaalsterke meting.
4. Met verlaten via # toests

Opmerkingen:
· Bewegingsdetectoren JA-80P en JA-85P kunnen tot max 15 minuten na het sluiten van de cover worden getest. Na deze periode zal de detector de wijzigingen negeren (zie handleiding detector voor details)
· Het meten van de signaalsterkte van de JA-80L binnensirene kan worden getriggerd door op de knop van de sirene te drukken. De signaalsterkte van de buitensirene JA-80A kan worden gemeten door het openen van het deksel waadoor de tamper getriggerd wordt.
· Elke geïnstallleerde item zou minimaal een signaalsterkte moeten hebben van minimum 2/4. Wanneer het signaal te zwak is kan de gevoeligheid van de centrale worden verhoogd (zie 12.35). Verder kan ook een externe antenne worden geïnstalleerd om het bereik te vergroten.
· De gemeten signaalsterkte is het signaal van het geteste item en de centrale die het signaal ontvangt.

11.5 Wissen van ingelezen items

Indien niet in service mode, druk *0 8080 om in service mode te komen. Service mode enkel mogelijk als het systeem niet gewapend is.
1. Druk op "1" om in de inleesstand te komen, en ga via de pijltoetsen naar de zone die je wenst te wissen.
2. Hou de "2" toets ingedrukt tot je een beep hoort en de A led niet meer oplicht. -> zone gewist
Druk op # om het menu te verlaten

Opmerking:
· Om alle zones te wissen in de inleesstand hou de "4" toets ingedrukt.
· Wanneer een draadloos keypad gewist is zal de communicatie tussen keypad en centrale weg zijn. Het keypad dient dan terug worden ingelezen ( zie hoofdstuk 7.1)

11.6 De centrale inlezen in de UC en AC modules:

Wanneer je de PGX en PGY uitgangen van de centrale via de UC en AC modules wenst te gebruiken, moeten deze als volgt worden ingelezen:
1. De centrale moet in service mode staan, indien niet, druk *0 service code ( fabrieksinstelling : 8080)
2. Zet de UC of AC module in de gewenste inleesstand ( zie handleiding UC/AC module)
3. Druk "299" op het keypad van de centrale en controleer dat alle leds op de ingelezen module enkele keren oplichten om het inlezen te bevestigen.

Opmerkingen:
· Omdat de inleestijden van de UC en AC modules heel kort zijn raden we aan om de modules in de buurt van de centrale te houden tijdens het inlezen. Alternatief is het keypad in de buurt houden van de in te lezen item tijdens het inlezen.
· De centrale kan worden ingelezen naar verschillende UC/AC modules voor meerdere PG uitgangen in een installatie.
· Elke UC/AC module heeft 2 relais,X en Y die afzonderlijk dienen te worden ingelezen. De X uitgang zal reageren op de PGX uitgang van de centrale en de Y op de Y uitgang van de centrale
· Er kan slechts 1 centrale ingelezen worden op een UC/AC ontvanger omdat de centrale elke 9 minuten zijn PG signalen herhaald.

12 Programmering van de centrale

De meest gebruiksvriendelijke manier om het systeem te programmeren is via de bijgeleverde PC Comlink Software. Het systeem kan ook via codestructuur geprogrammeerd worden zie tabel van hoofdstuk 12.1
· Het systeem dient in service mode te staan, indien niet, druk *0 service code ( fabrieksinstelling service code = 8080)
· Druk de gewenste code in zie tabel 12.1
· Verlaat het menu via # toets

12.1 Lijst van de instelbare parameters van het controle paneel: in service mode

Niet beschikbaar

12.2 Uitloopvertraging

De uitloopvertraging zal starten bij het wapenen van het systeem. Gedurende deze periode kunnen vertraagde of volgend vertraagde detectoren getriggerd worden zonder dat deze een alarm zullen opwekken.

20x

Waarbij:
x een nummer is van 1 tot 9 die een vertraging weergeeft per 10 seconden (1 = 10 sec, 2 = 20 sec,....)
Wanneer er een laatste deurdetector opgegeven is zal deze vertragingstijd 3 x de normale vertagingstijd zijn (1 = 30 sec, 2 = 60 sec,...)

Voorbeeld: Om 20 seconden in te geven moet men "202" ingeven (bij een laatste deurdetector zal de uitlooptijd dan 60 seconden zijn) .

Fabrieksinstelling: x = 3

12.3 Inloopvertraging

De inloopvertraging is de tijd die je nodig hebt om het systeem te kunnen ontwapenen nadat een eerste detector getriggerd wordt: 21x

Waarbij:
x een nummer is tussen 1 to 9 die een vertraging weergeeft per 5 seconden (1 = 5 sec, 2 = 10 sec,....)
Wanneer er een laatste deurdetector opgegeven is zal deze vertragingstijd 6 x de normale vertagingstijd zijn (1 = 30 sec, 2 = 60 sec,...)

Voorbeeld: Om 20 seconden in te geven moet men "202" ingeven (bij een laatste deurdetector zal de inloopvertraging dan 120 seconden zijn) .

Fabrieksinstelling: x = 4

12.4 Duurtijd van het alarm

Deze parameter limiteert de tijdsduur van een getriggerd alarm. Nadat de alarmtijd is verlopen zal de centrale terugkeren naar zijn oorspronkelijke status, in het bijzonder de status van voor het alarm. Het alarm kan ook worden beëindigd door een geautoriseerde gebruiker. Om de alarmtijd in te stellen, toets volgende code: 22x

Waarbij:
x een nummer is tussen 0 en 9 welke de alarmtijd bepaald: 0 = 10 sec, 1 = 1 min., 2 = 2 min. tot 8 = 8 min., 9 = 15 min.

Opmerking: Er kunnen tot 5 verschillende alarmen zijn in 1 systeem: inbraak, tamper,brand, paniek en technisch alarm.

Voorbeeld: Alarmtijd van 5 min. = code 225

Fabrieksinstelling: 4 minuten

12.5 PGX en PGY functies

De functies van PGX en PGY kunnen worden geprogrammeerd door volgende codes:

2 3 x voor PGX
2 4 x voor PGY

Waarbij:
x de PG functie bepaald of de gebeurtenis die een verandering van PG status triggerd:

x Niet gesplit systeem Gesplit systeem
0 Volledig wapenen = PG aan Alarm A = PG aan
1 Patrieel gewapend = PG aan Alarm B = PG aan
2 AB gewapend = PG aan Inloopvertraging A = PG aan
3 Brand alarm = PG aan Inloopvertraging B = PG aan
4 Paniek = PG aan A gewapend = PGX aan
B gewapend = PGY aan
5 Ieder alarm = PG aan Paniek A = PGX aan
Paniek B = PGY aan 
6 AC valt weg = PG aan Brand = PGX aan
AC valt weg = PGY aan 
7* AAN/UIT
8* 2 seconden puls

* De AAN/UIT en de 2 seconden puls functies kunnen worden bediend vanaf het keypad via * 8, *9 of via de pijltoetsen (zie Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.) of ze kunnen bediend worden via code of kaart. Deze PG uitgangen kunnen ook bediend worden via afstandsbediening of detectoren (zie 12.40 ).

Opmerking:
· De PGX en PGY uitgangen kan men niet alleen op de centrale terugvinden, deze signalen kunnen ook draadloos worden doorgestuurd naar de UC/AC modules.
· De status van de PGX en PGY uitgangen kunnen op het LCD keypad worden weergegeven door op de ? toets te drukken – Zie Fout! Verwijzingsbron niet gevonden..

Voorbeeld (voor niet gesplitte systemen): Toekennen van een AAN/UIT functie aan de PGX uitgang = code 237 Pan op de PGY uitgang = code 244

Fabrieksinstelling: PgX= AAN/UIT, PgY= wapening partitie

12.6 Wijzigen van telefoonnummer in onderhoudsmode.

Als de centrale voorzien is van eenJA-80Y, JA-80V of JA-80X kiezer, dan kan de systeem beheerder met behulp van de master code de telefoonnummers ingeven voor de rapportering in onderhoudsmode. Het programmeren van telefoonnummers is hetzelfde als in service mode.

2 5 1 programmering toegelaten
2 5 0 programmering niet toegelaten
Fabrieksinstelling: programmering niet toegelaten

12.7 Radio interferentie indicatie

De centrale heeft de mogelijk om radio "JAMMING" te detecteren, en door te melden per SMS of naar de meldkamer. Wanneer deze functie geactiveerd is, elke radiofrequentie blokkering van langer dan 30 seconden zal een fout triggering opwekken.

2 6 1 actief
2 6 0 niet actief
Fabrieksinstelling: Niet actief

Opmerking: In sommige gevallen kan het systeem problemen hebben met interferentie van radiosignalen, bv door een radarstation, TV satelliet zender, enz. In de meeste gevallen kan het systeem deze interferentie negeren, maar dan moet de anti-jamming functie worden uitgeschakeld.

12.8 Radio communicatie supervisie

Wanneer actief kan de centrale op regelmatige basis (9 minuten) de draadloze verbindingen naar de draadloze items controleren. Wanneer de communicatie verloren is kan de centrale een foutindicatie weergeven naar de gebruiker.
2 7 1 supervisie ingeschakeld
2 7 0 supervisie uitgeschakeld

Opmerkingen:
· De Oasis centrale JA-80K zal om de 9 minuten een communicatie controle doen.
· Voor de detectoren die gebruikt worden voor wagenbeveiliging, (JA-85P, JA-85B) kan men de radio communicatie supervisie uitschakelen. Dit laat toe dat de wagen detectoren geen supervisie hebben om te vermeiden dat er een alarm getriggerd wordt bij het wegrijden van de beveiligde wagen.
· Onwillekeurig communicatieverlies is mogelijk in de omgeving van luchthavens of TV satelliet torens. Het systeem is in dit geval nog te betrouwen, daar situaties met hoge prioriteit dikwijls worden herhaald. In dit geval raden we aan om radio supervisie uit te zetten.

Fabrieksinstelling: Radio communicatie supervisie niet actief

12.9 RESET toegelaten

Wanneer resetten is toegelaten, dan is het mogelijk om de centrale terug in te stellen naar de fabrieksinstellingen via de reset link op de centrale. Zie hoofdstuk 9

2 8 1 RESET toegelaten
2 8 0 RESET niet toegelaten

Waarschuwing: Wanneer het resetten niet toegelaten is, en men is de service code vergeten, dan zal het niet langer mogelijk zijn om in de service mode te komen. In dit geval moet de centrale terug naar de fabrikant.

Fabrieksinstelling: RESET toegelaten

12.10 Inlezen van een subcentrale voor wapenen van het systeem.

Wanneer in de Oasis centrale een andere Oasis subcentrale is ingelezen,dan zal de subcentrale alle alarmen ( tamper alarm, fouten,..) rapporteren naar de hoofd centrale. De hoofdcentrale zal op de juiste manier op deze signalen reageren, en zal dan het adres van de subcentrale weergeven.
Nadat de subcentrale ingelezen is in de hoofdcentrale, zullen deze centrales onafhankelijk zijn naar wapenen/ontwapenen. Elke centrale kan door zijn eigen keypad (of afstandsbedieding) worden bediend. Wanneer er zich een alarm of fout voordoet in de sub centrale, dan zal dit ook worden weergegeven in de hoofd centrale. Met deze configuratie is het niet mogelijk om de sub centrale te bedienen vanaf de hoofd centrale.
Wanneer je de sub centrale wilt bedienen vanuit de hoofd centrale, (bv wapenen/ontwapenen), dan kan men de hoofd centrale op zijn beurt inlezen in de sub centrale als afstandsbediening als volgt:

1. Lees eerst de sub centrale in op het gewenste zone van de hoofdcentrale door code 299 (in service mode) in te geven op het keypad van de sub centrale.
2. Plaats nu de hoofd centrale in de service mode.
3. Plaats de sub centrale nu in inleesmode, druk 1 in op het keypad van de sub centrale die in service mode dient te staan.
4. Druk nu de code 290 in op het keypad van de hoofd centrale. Op deze manier zal de hoofd centrale ingelezen zijn in de subcentrale als afstandsbediening
5. Schakel nu beide keypads terug naar normale mode, en controleer de correcte werking, wapenen/ontwapenen van de hoofdcentrale zal nu de sub centrale ook wapenen/ontwapenen, tot 2 seconden vertraging tussen beide keypads is mogelijk en normaal

Opmerking voor de bediening van de sub centrale:
· De subcentrale kan nog steeds afzonderlijk werken via zijn afstandsbediening en keypad, het (ont)wapenen van de sub centrale zal de hoofdcentrale niet (ont)wapenen.
· Door de ingelezen zone "hoofdcentrale" in de subcentrale te wissen zal men de bediening van de subcentrale door de hoofdcentrale annuleren. ( Wissen van een zone zie hoofdstuk 11.5)

12.11 "Master" code reset

Wanneer men de Mastercode vergeten is, of de kaart verloren is, dan is het mogelijk om via volgende code de Master code te resetten naar de fabrieksinstelling, namelijk 1234: 291

Opmerking: Het resetten van de Mastercode heeft geen effect op de andere codes en kaarten. Deze reset is geregistreerd in het geheugen van de centrale, en zal indien ingesteld worden gerapporteerd naar de meldkamer.

12.12 Inlezen van de centrale naar de UC of AC modules of naar een subcentrale

Intoetsen van code 299 zal een signaal verzenden om de centrale in te lezen in de UC-82 of AC-82 ontvanger modules (zie Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.). Deze code kan ook worden gebruikt om een sub centrale in te lezen in de Master centrale (Zie Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.).

12.13 Wapenen zonder toegangscode

Volgende sneltoetsen kunnen worden gebruikt voor het wapenen van het systeem: A, B, ABC of ingeven van "* nummer" kan worden ingesteld voor gebruik zonder geldige code of kaart. Indien niet geactiveerd, moeten deze sneltoetsen gebruikt worden door een geldige toegangscode of kaart.

· Indien je het systeem bedient vanop afstand via de telefoon, druk *1 voor de ABC toets, *2 voor toets A, en *3 voor toets B.

· Controle van de PG uitgangen via *8 of *9 of via indrukken en is niet wijzigen door deze instellingen. Deze toetsen kunnen worden gedeactiveerd via een code.

Fabrieksinstelling: Wapenen zonder toegangscode is toegelaten

12.14 Getriggerde detector weergave

Indrukken van de ? toets controleert of er een detector continue getriggerd wordt. Bv indien er een deur of raam openstaat. Volgende code laat de weergave toe op het LCD keypad van deze actieve detectoren.
3 1 1 indicatie toegelaten
3 1 0 indicatie niet toegelaten

Fabrieksinstelling: Indicatie toegelaten

12.15 Bevestigen van inbraak alarm

Om het risico op valse alarmen te verminderen laat de centrale alarmconfirmatie logica toe indien geactiveerd

3 2 1 confirmatie logica toegelaten
3 2 0 confirmatie logica niet toegelaten

Bevestiging logica:
· Wanneer het systeem gewapend is, en er vindt een detectie plaats, bv detector met een directe of vertraagde reactie, zal er nog geen alarm zijn, maar de centrale zal deze opslaan in de centrale als niet bevestigd alarm gedurende 40 minuten.
· Waneer er een tweede detectie is in een gewapende zone binnen de 40 minuten van bovengenoemde gebeurtenis, zal er een inbraakalarm worden getriggerd. Wanneer er geen tweede detectie is binnen de 40 minuten zal de centrale niet meer wachten op een bevestiging.
· Het alarm moet worden bevestigd door een andere detector dan die van de eerste detectie, en wanneer de tweede detector een bewegingsdetector is, moet de bewaakte ruimte een ander veld coveren dan het veld van de eerste detector.
· Een niet bevestigd alarm zal worden geregistreerd in het geheugen van de centrale, en kan ook worden verzonden naar de meldkamer, of naar gebruikers via SMS.
· Wanneer de eerst getriggerde detector een vertraagde reactie heeft, zal er een zogenaamde niet bevestigde inloopvertraging starten. Deze vertraging zal worden weergegeven als een normale inloopvertraging, maar wanneer geen andere detector wordt getriggerd tijdens deze inloopvertraging, zal na de inloopvertraging geen alarm plaatsvinden, ook deze gebeurtenis zal worden opgeslaan in het geheugen van de centrale. Waneer er een tweede vertraagde of niet vertraagde detector getriggerd word tijdens de inloopvertraging, zal na de inloopvertraging (indien men het systeem niet ontwapend) een inbraakalarm worden getriggerd.
· Wanneer een niet bevestigde inloopvertraging bevestigd wordt door een directe zonedetectie, zal een intern alarm getriggerd worden ( bv binnensirene), en na de inloopvertraging zal ook het extern alarm worden getriggerd ( bv buitensirene).
· Een niet bevestigd alarm kan worden bevestigd door elke andere detector zone wanneer deze zich bevindt in een gewapende zone sectie
· De bevestiging van inbraakalarmen heeft geen effect op brand, paniek, 24uur, tamper of technische alarmen. Deze alarmen zullen direct worden getriggerd zonder extra bevestiging.

Opmerking: Wanneer de eerste detector is getriggerd zal er een proces starten die 40 minuten zal wachten op een mogelijk bevestiging (niet bevestigde alarm status). Tijdens deze 40 minuten werkt het systeem op dezelfde manier als wanneer men de bevestigingsoptie niet zou geactiveerd hebben.

Waarschuwing: Wanneer de inbraak alarm confirmatie toegelaten is, dan is aangewezen om voldoende detectoren te installeren binnen het gebouw om een inbreker te detecteren, ook al beweegt die zich slechts binnen 1 specifieke ruimte.

Fabrieksinstelling: Bevestiging niet geactiveerd

12.16 Uitloopvertraging beeps

De uitloopvertraging kan worden weergegeven door beep geluiden via het keypad of via de binnensirene. De beeps versnellen tijdens de laatste 5 seconden

3 3 1 Beeps geactiveerd
3 3 0 Beeps niet geaciveerd

Fabrieksinstelling: Beeps geactiveerd

12.17 Uitloopvertragingbeeps bij partieel wapenen

De uitloopvertraging bij patrieel wapenen van bv zone A of B, kan ook worden weergegeven via het keypad of via de binnensirene met beeps. De beeps zullen versnellen tijdens de laatste 5 seconden.

3 4 1 Beeps geactiveerd
3 4 0 Beeps niet geactiveerd

Fabrieksinstelling: Beeps niet geactiveerd.

12.18 Inloopvertraging beeps

De inloopvertraging kan worden weergegeven door beep geluiden via het keypad of via de binnensirene.

3 5 1 Beeps geactiveerd
3 5 0 Beeps niet geaciveerd

Fabrieksinstelling: Beeps geactiveerd

12.19 Bevestigen van wapenen door bedrade sirene geluiden

Een bedrade binnensirene aangesloten op de IW connector van de centrale kan het wapenen van het systeem bevestigen door één beep, en ontwapenen door 2 beeps. Ontwapenen na een alarm zal worden weergegeven door 3 beeps, en 4 beeps wil zeggen dat een ongeldige poging voor het (ont)wapenen van het systeem heeft plaatsgevonden.

3 6 1 Chirps geactiveerd
3 6 0 Chirps niet geactiveerd

Opmerking: Voor de JA-80L draadloze binnensirenes kan deze functie ingesteld worden per sirene.

Fabrieksinstelling: Beeps niet geactiveerd

12.20 Sirene loeit altijd bij audio alarm

Door deze code te gebruiken is het mogelijk om de interne en externe sirenes uit te schakelen (IW en EW) wanneer er een partitie in het systeem niet gewapend is, bv wanneer er iemand thuis is.

3 7 1 Sirenes werken altijd tijdens audio alarm
3 7 0 Sirenes werken enkel wanneer het systeem volledig gewapend is

Fabrieksinstelling: Sirenes werken enkel wanneer het systeem volledig gewapend is

12.21 Draadloze sirenes geactiveerd (IW en EW)

Deze instelling laat het gebruikt van draadloze sirenes in het systeem toe:

3 8 1 Draadloze sirene toegelaten
3 8 0 Draadloze sirene niet toegelaten

Opmerking: Deze instelling heeft geen effect op de bedrade sirene uitgangen IW en EW.

Fabrieksinstelling: Draadloze sirene toegelaten

12.22 Auto-bypas gebruikerstoelating via * toets

Het systeem heeft een ingebouwde automatische bypas functie. Wanneer er een of meerdere detectoren getriggerd worden tijdens het wapenen van het systeem zullen deze automatisch worden genegeerd door de Auto-Bypas functie. Wanneer de Auto-bypas functie niet geactiveerd is, dan zal het systeem tijdens het wapenen aangeven welke zones op dit moment getriggerd worden, deze zones worden weergegeven op het keypad, en het bypassen is enkel mogelijk na bevestiging van de gebruiker, dit door op de * toets te drukken binnen de 6 seconden na weergave.

3 9 1 Auto-Bypas met toelating van de gebruiker
3 9 0 Auto-Bypas zonder toelating de gebruiker

Opmerking voor wanneer je het systeem met een of meerdere getriggerde detectoren wapent:
· De details van getriggerde detectoren kan je opvragen via de ? toets. (bv open deuren of ramen)
· Wanneer je een afstandsbediening gebruikt voor het wapenen van het systeem, en de auto-bypas met gebruikerstoelating is geactiveerd ( code 391), zal het systeem worden gewapend zonder dat de toelating gevraagd wordt. Het wapenen met een keyfob zorgt niet voor een aanvraag tot bypassen.
· De auto-bypas van een detector zal stoppen wanneer deze detector niet meer getrigggerd is, bv door het sluiten van ramen of deuren.
· Wanneer auto-bypas met toelating van de gebruiker is geactiveerd, en je verlaat de service mode terwijl een zone getriggerd is, dan zal de installateur worden geïnformeerd aangaande deze bypas. De installateur kan deze auto-bypas toelaten door 2 x de # toets in te drukken.
· Om te voldoen aan EN-50131-1 moet code 391geactiveerd zijn.

Fabrieksinstelling: Auto-Bypas zonder toelating van de gebruiker

12.23 Laatste deurdetectoren

Er kunnen 5 verschillende detectoren worden gedefinieerd als laatste deurdetectoren, deze kunnen worden toegewezen aan respectievelijk zones 01 tot 05 of zones 46 tot 50 om zo het verlaten van het gebouw gemakkelijker te maken, bv via de garage.

65x
Waarbij
x: 0 = geen laatste deur detectoren,
1 = detectoren van adressen 01 tot 05
2 = detectoren van adressen 46 tot 50

Omschrijving van de laatste deur-detectie instelling:
· Wanneer een laatste deur detectie gebruikt wordt in een systeem, dan zal de waarde van x voor de uitloopvertraging worden vermenigvuldigd met 30 seconden ( zie 12.1) waardoor de uitloopvertraging zal worden verlengt. Wanneer een inloopvertraging getriggerd wordt, dan zal de X waarde voor de inloopvertraging ook worden vermenigvuldigd met 30 seconden.
· Een laatste deur detector moet geprogrammeerd staan als natuurlijke reactie.
· Deur/raam detectoren, hard bedrade ingangen op het keypad of op de centrale kunnen als laatste deur detectoren worden gebruikt.
· Wanneer een laatste deur detector gebruikt wordt voor een garagedeur, dan mag er in principe geen directe detector geplaatst worden in de garage. Volgende vertragingsdetectoren kunnen hier wel geplaatst worden.

Wapenen van het systeem met een laatste deur-detector
· Na het wapenen van het systeem zal een uitloopvertraging tussen 30 en 270 seconden starten en worden weergegeven.
· Wanneer een laatste deur detector getriggerd wordt, zal de uitloopvertraging worden verlengd gedurende de tijd dat deze detector getriggerd blijft. Wanneer b.v. de deur continue open blijft zal de uitloopvertraging blijven duren.
· Wanneer een laatste deur detector gedetriggerd wordt, dan zal het systeem nog 5 seconden wachten, tijdens deze 5 seconden zullen snellere beeps hoorbaar zijn, wanneer de detector niet meer opnieuw getriggerd wordt tijdens deze 5 senconden, dan zal het systeem onmiddellijk worden gewapend.
· Wanneer geen laatste deur detectoren worden getriggerd tijdens een uitloopvertraging, dan zal het systeem gewapend zijn na de ingestelde uitloopvertragingstijd.
· Wanneer er meerdere laatste deur detectoren zijn in 1 systeem, dan zal de uitloopvertraging worden verlengd vanaf er 1 is getriggerd, en zal de vertraging pas stoppen als alle laatste deur detectoren gedetriggerd zijn.

Ontwapenen van een systeem met een laatste deur detector
· Na het ontwapenen van het systeem zal een inloopvertraging tussen 30 en 270 seconden starten en worden weergegeven.
· Wanneer een normaal vertraagde detector getriggerd wordt tijdens het betreden van een gebouw, dan zal het systeem een normale inloopvertraging starten tussen de 5 en 45 seconden.
· Wanneer eerst een laatste deur detector getriggerd wordt, dan zal een langere inloopvertraging starten. Wanneer tijdens deze vertraging een normale vertraagde detector getriggerd wordt, dan zal de overige inloopvertraging worden verkort naar de normale inloopvertraging van een vertraagde zone.

Opmerking: Voor laatste deur detectoren kunnen geen puls detectoren worden gebruikt zoals de JA-80P Pir detector of de ingangen van een JA-80E want deze zijn hebben ook een puls reactie.
Magneetcontacten (JA-81M , JA-82M)en de hard bedrade ingangen van de centrale of de ingang van het draadloos keypad JA-80F kunnen wel worden gebruikt.
Fabrieksinstelling: Geen laatste deurdetectoren in een systeem.

12.24 Partieel wapenen of delen van een systeem

De centrale kan op 3 manieren worden ingesteld:
· Enkel volledig wapenen / ontwapenen
· Partieel wapenen om een deel van een gebouw te kunnen beveiligen met maximum 3 partities
· Een volledig gedeeld systeem (SPLIT), met 2 onafhankelijke secties voor 2 verschillende gebruikers, en indien gewenst een gemeenschappelijk ruimte optie.

Instellen van de centrale kan met volgende code: 66x

Waarbij :
x =0 = niet gedeeld systeem
(Enkel volledig wapenen / ontwapenen)
x=1 = partial setting (voor wapenen van secties A, AB, of ABC)
x=2 = gedeeld "split" system (secties A en B kunnen afzonderlijk worden gewapend/ontwapend, met optie van sectie C die enkel gewapend is als sectie A en sectie B is gewapend)

Opmerkingen:
· Voor een niet gedeeld "unsplit" systeem , alle inbraak detectoren zijn onmiddellijk gewapend / ontwapend wanneer het systeem gewapend / ontwapend wordt. Toekennen van draadloze detectoren, toegangscodes en afstandsbedieningen op verschillende secties van het systeem heeft geen invloed bij deze instelling.
· Partieel wapenen is voornamelijk toegepast in woningen en appartementen waarbij de gebruikers verschillende delen van een gebouw wensen te beveiligen gedurende de dag. Detectoren kunnen worden toegevoegd aan 3 verschillende secties A, B en C. Indrukken van toets A zorgt voor het wapenen van detectoren in sectie A, bv wapenen van de garage. Indrukken van toets B zorgt voor het wapenen van secties A en B, bv voor het wapenen van de garage + de benedenverdieping voor het slapen. De ABC toets gebruikt men bij het verlaten van het gebouw voor het volledig wapenen van alle secties A,B en C. Wanneer je daarna een geldige toegangscode of kaart gebruikt voor het systeem te ontwapenen worden alle secties ontwapend. Het toekennen van kaarten of codes in verschillende secties heeft geen effect in de mode partieel wapenen.
· Een afstandsbediening kan worden gebruikt om partieel te wapenen.
De knoppen en kunnen worden gebruikt om het volledig systeem te wapenen en ontwapenen, + kunnen worden gebruikt om sectie A of sectie AB partieel te wapenen. (zie hoofdstuk 12.39)
· Gedeeld "Split" systeem is voornamelijk gebruikt waneer 2 families (A en B) wonen in 1 gebouw, of wanneer 2 bedrijven ( A en B) 1 gebouw delen. Het systeem reageert als 2 onafhankelijke systemen, 1 systeem als sectie A en 1 systeem als sectie B. Er is ook een gemeenschappelijke sectie C welke enkel zal gewapend zijn waneer zowel sectie A als sectie B gewapend zijn. Sectie C kan hier een gemeenschappelijke inkom zijn. Detectoren kunnen worden toegewezen aan verschillende secties A,B of C. Toegangscodes of toegangskaarten kunnen worden toegewezen aan verschillende secties A, B of C voor volledig wapenen/ontwapenen.
· Partieel wapenen heeft enkel een effect op detectoren met direct, vertraagde of volgende vertraagde reacties. Detectoren met reacties brand, paniek en 24h kunnen steeds direct het alarm triggeren, onafhankelijk van de status van hun sectie ( gewapend of niet gewapend)

Fabrieksinstelling: Niet gedeeld "Unsplit" systeem.

12.25 Automatisch omschakelen naar zomertijd

Wanneer geactiveerd zal het systeem automatisch de tijd aanpassen naar de zomer/wintertijd.
6801 Automatische zomertijd geactiveerd
6800 Automatische zomertijd niet geactiveerd

Opmerking: Wanneer de automatische zomertijd geactiveerd is, dan zal de interne klok van de centrale automatisch wijzigen op 31 maart middernacht met + 1 h. Op 31 oktober middernacht zal deze terug wijzigen met – 1 h.
Fabrieksinstelling: automatische zomertijd niet geactiveerd

12.26 Tamper alarm bij toename van aantal getriggerde tampercontacten

Deze functie laat toe dat continue getriggerde detectoren genegeerd worden:
6811 Negeer continue getriggerde tamper contacten, bv reageer enkel bij toename in het aantal getriggerde sensoren.
6810 Activeer een tamperalarm bij alle getriggerde detectoren

Opmerking: Het negeren van permanent getriggerde tampercontacten is handig terwijl je een draadloos keypad tijdens een installatie gebruikt om mee te nemen naar de gewenste zones om zo te vermeiden dat er onnodige tamper alarm gegenereerd wordt.
Fabrieksinstelling: Activeer een tamperalarm bij alle getriggerde detectoren

12.27 De PG uitgangen bedienen via *8 en *9

Met deze functie kunnen de PGX en PGY uitgangen worden bediend vanaf het keypad door het indrukken van *8 of *9 (of toetsen en ).
6821 controle geactiveerd
6820 controle niet geactiveerd

Opmerkingen:
· De PG uitgangen kunnen enkel bediend worden vanaf het keypad wanneer de AAN/UIT puls functie geactiveerd is.
· Bovenop het bedienen van de PG uitgangen met de *8 en *9 toetsen kunnen de PG uitgangen bediend worden via een toegangscode, toegangskaarten, afstandsbedieningen en signalen van detectoren (zie 12.39 en 12.40)
· Wanneer een PG uitgang enkel moet worden bediend via een geldige toegangscode of toegangskaart moet de *8 en *9 gedeactiveerd worden (zie 12.40 ).
Fabrieksinstelling: controle geactiveerd

12.28 Permanent alarm status voor een gewapend systeem

De onderstaande code laat permanente weergave van de alarm status toe op het keypad, ook wanneer het systeem gewapend is.
6831 Permanente status weergave geactiveerd
6830 Schermweergave van max 3 minuten wanneer er een sectie gewapend is

Opmerkingen:
· Europese regelgeving vereist dat de schermweergave 3 minuten na het wapenen van het systeem gedeactiveerd wordt, en dit vanaf 1 sectie van het systeem gewapend is.
· Het draadloze keypad kan de status continue weergeven waneer deze gevoed wordt via een externe voedingsadapter. In normale werking mode zal het draadloos keypad JA-80F gedurende 20 seconden (indien gevoed met batterijen) de status van het systeem tonen na de laatste interactie om daarna in slaapstand te gaan. Bij het indrukken van een toets, of door het openen van de klep zal het keypad terug actief, en de status weergeven.

Fabrieksinstelling: enkel 3 minuten scherm weergave

12.29 Tamper alarm bij niet gewapend systeem

Volgens de EU regelgeving moet een niet gewapend systeem geen sirene activeren bij een tamper alarm. Wanneer er toch een sirene alarm gewenst is bij tampering in niet gewapende toestand, dan kan dit worden toegelaten door volgende code:

6841 Alarm met sirene ook bij een niet gewapend systeem
6840 Stil tamper alarm bij een niet gewapend systeem

Opmerkingen:
· Ook bij stil tamper alarm, wordt het alarm opgenomen in het geheugen van de centrale, of gerapporteerd naar de gebruiker per SMS of naar de meldkamer indien gewenst.
· Wanneer de code 370 geprogrammeerd is, dan zullen tamper alarmen stille alarmen zijn wanneer het systeem partieel of niet gewapend is.

Fabrieksinstelling: stil alarm voor een niet gewapend systeem

12.30 Opnemen van de pg uitgangen

De activatie van PGX en PGY uitgangen kan worden geregistreerd in het geheugen van de centrale,bv waneer de uitgangen worden gebruikt voor toegangscontrole). Dit kan worden geactiveerd door volgende code:
6851 geactiveerd
6850 gedeactiveerd

Fabrieksinstelling: opname geactiveerd

12.31 Jaarlijks onderhoud herinnering

Deze code laat toe dat de gebruiker en/of de installateur ingelicht wordt dat jaarlijks onderhoud nodig is:

6900 inlichting jaarlijks onderhoud niet geactiveerd
6901 inlichting jaarlijks onderhoud geactiveerd

Opmerkingen:
· De jaarlijkse onderhoud inlichting zal worden weergegeven als tekst op het LCD keypad, en kan ook per SMS gestuurd worden naar de installateur en/of gerapporteerd naar de meldkamer, indien gewenst.
· De jaarlijkse onderhoud inlichting verdwijnt wanneer men in het service menu komt.
· Wanneer de inlichting jaarlijks onderhoud geactiveerd is, zal dit uiterlijk verschijnen 12 maanden na het verlaten van de service mode.(op dezelfde dag en maand!)
· Wanneer je went dat de inlichting geactiveerd wordt binnen het jaar, wijzig dan de interne klok in service mode naar de gewenste dag en maand voor service, en ga daarna naar de onderhoudsmode (*0 1234) om de correcte datum en tijd in te geven ( sequentie 4hhmmDDMMYY) (zie ook hoofdstuk 12.44)

Fabrieksinstelling: Jaarlijkse inspectie weergave niet actief.

12.32 Alleen enkel alarm weergave

Wanneer deze functie geactiveerd is, dan zal enkel 1 inbraakalarm getoond worden per keer. Wanneer er een inbraak alarm getriggerd wordt en nog niet gestopt is, dan kunnen geen andere alarmen meer getoond worden ook al worden meerdere verschillende andere alarmen getriggerd. Wanneer een alarm gestopt is, dan is het systeem klaar om het volgende inbraakalarm te tonen, hier terug maximaal 1 alarm.
Deze functie kan worden gebruikt om het aantal SMS berichten te beperken wanneer bedrade PIR detectoren gebruikt worden daar deze meerdere malen kunnen worden getriggerd wanneer een systeem niet juist werd ontwapend bij het binnenkomen van het gebouw.

6 9 1 0 meerdere gelijktijdige alarmen toegelaten
6 9 1 1 enkel enkelvoudig alarm toegelaten

JA-82K (deel 1)