JA-82K (deel 2)

12.34 Paniek alarm met geluid

Wanneer geactiveerd kan het paniekalarm aangegeven worden door het afgaan van de sirenes (sirenes aan IW en EW):
6 9 3 0 stil paniek alarm
6 9 3 1 paniek alarm met sirene geluid

Opmerking: Wanneer de code 370 gebruikt is zal het paniekalarm een stil paniek alarm zijn wanneer er 1 of meerdere secties van het systeem ongewapend zijn.

Fabrieksinstelling: stil paniek alarm

12.35 Hoger gevoeligheid van de centrale

Wanneer geactiveerd zal deze functie het radiobereik tussen de centrale en de draadloze items doen toenemen op voorwaarde dat er geen radio frequentie interferentie is in het gebouw.
6 9 4 0 standaard gevoeligheid van de centrale
6 9 4 1 hoger gevoeligheid van de centrale

Opmerking: De gevoeligheid van de centrale mag men enkel verhogen wanneer er geen RF interferentie is, anders zal het verhogen van de gevoeligheid resulteren in een kleiner bereik dan voordien!

Fabrieksinstelling: standaard gevoeligheid van de centrale

12.36 Toegang via code + kaart

Deze functie verhoogd de beveiliging tegen onrechtmatige wapening of ontwapening van het systeem

6950 toegang door code OF kaart
6951 toegang door code EN kaart, beide moeten zijn toegewezen aan dezelfde gebruiker, dus aan 1 adres!

Opmerkingen:
· Het systeem heeft tot 50 gebruikers adressen ( 01 tot 50). Op elk adres kan een gebruikerscode en toegangskaart geprogrammeerd worden. Wanneer zowel een kaart als een code is toegewezen aan 1 gebruiker, dan zal bovenstaande code aangeven dat de gebruiker ofwel beide moet opgeven voor het systeem te bedienen, ofwel 1 van beide moet opgeven. De volgorde code en/of kaart is in geen geval belangrijk.
· Wanneer er enkel een kaart of een code is toegewezen aan een gebruiker, dan heeft de bovenstaande code geen invloed op de werking

Fabrieksinstelling: systeem toegang door code of kaart

12.37 24 h alarm met sirene geluid

Het 24h inbraak alarm welke kan worden getriggerd wanneer het systeem gewapend is of niet, kan ook ofwel een stil alarm zijn, ofwel een alarm met sirene triggering (IW en EW) door middel van volgende codes:
6 9 6 0 stil 24-hour inbraak alarm
6 9 6 1 24-hour inbraak alarm met sirene geluid

Opmerking: Wanneer de code 370 gebruikt is zal het paniekalarm een stil paniek alarm zijn wanneer er 1 of meerdere secties van het systeem ongewapend zijn.

Fabrieksinstelling: 24-hour inbraak alarm met sirene geluid

12.38 Toegang tot service mode enkel mogelijk met service code en "Master" code

Om de installateur te verhinderen om in de service mode te gaan zonder toelating van de gebruiker, zal indien onderstaande functie geactiveerd is de service mode enkel kunnen worden benaderd indien na de service code direct de mastercode of gebruikerscode ingegeven wordt. Om in de service mode te komen moet je dan *0 service code master code ( of gebruikerscode)
6 9 7 0 Enkel de service code volstaat
6 9 7 1 service code en master code nodig.

Fabrieksinstelling: Enkel de service code volstaat

12.39 Reacties van de items en toekennen van partities

Met volgende code kan je de karakteristieken van de systeem items gaan bepalen: 61 nn r s

Waarbij:
nn een element is van zone 01 tot 50 (01 en 02 kan ofwel een hard bedrade detector zijn, ofwel een draadloos ingelezen detector)
r de reactie code van 0 tot 8 – zie tabel 2
s sectie (partitie) 1 = A, 2 = B, 3 = C (heeft enkel een effect wanneer men partieel wapenen of een split systeem toepast)

· Bij partieel wapenen kunnen detectoren toegekend worden aan verschillende secties: A (s=1), B (s=2) en C (s=3). De 3 verschillende opties kan je als volgt onderverdelen:
A Druk op de A toets op het keypad, bv voor het wapenen van de garage in de namiddag
AB Druk op de AB toets op het keypad, bv voor het wapenen van de garage en de benedenverdieping s'avonds.
ABC Druk op de ABC toets op het keypad, bv voor het wapenen van het volledig systeem bij het verlaten van de woning

· In een gedeeld "split" systeem kunnen detectoren toegekend worden aan secties : A (s=1), B (s=2) a C (s=3). Secties A en B kunnen afzonderlijk worden gewapend en ontwapend, sectie C is een gemeenschappelijke sectie die enkel zal wapenen als zowel sectie A als sectie B gewapend zijn.
Het partieel wapenen of delen van een systeem heeft enkel een nut effect op inbraakdetectoren met direct, vertraagd of volgende vertraging reacties. Detectoren met brand, tamper,paniek en 24h reacties zijn altijd paraat om een alarm te triggeren, onafhankelijk in welke sectie deze detectoren zijn toegekend, en onafhankelijk van de systeemstatus, gewapend of niet gewapend.
· Wanneer je als reactie PG output controle genomen hebt, dan bepaald de S factor welke PG output gestuurd wordt: S=1: PGX, S=2: PGY en S=3: PGX&PGY

Programmeren van reacties:
· De reactie die je selecteert in een detector via de dip switchen zal enkel door de centrale worden aangenomen wanneer de reactie in de centrale ingesteld staat als natuurlijke reactie. (r=1)
· Afstandsbedieningknoppen zullen steeds per paar worden ingelezen in de centrale (+) of (+) 
Wanneer er een andere reactie geselecteerd is voor een afstandsbediening, dan zal deze reactie enkel van toepassing zijn op het eerste paar knoppen, nl of , met uitzondering van de PG uitgangen.

Fabrieksinstelling: Alle apparaten hebben een natuurlijke reactie (r=1) en zijn toegewezen aan sectie C (s=3).

12.40 Code/kaart reacties en partitie toekenning

Met volgende code kan je de reactie en partitie toekennen aan toegangscode en kaarten: 62 nn r s

Waarbij:
nn is de gebruikers positie van 01 tot 50
r is de reactie index van 0 tot 8 – zie tabel 2
s is de sectie 1 = A, 2 = B, 3 = C (Heeft enkel een effect in een gedeeld "split" systeem – uitgezonderd voor PG uitgangsreacties)

Toekennen van codes en kaarten aan secties:
Bij partieel wapenen: Toekennen van codes of kaarten aan secties heeft geen effect ( uitgezonderd voor de PG uitgang sturing reactie). Wanneer er een partitie in het systeem gewapend is, en er wordt een code of kaart gebruikt, dan zal het systeem ontwapenen, wanneer alle partities ontwapend zijn, dan zal het volledige systeem worden gewapend met een code of kaart. De knoppen A en B om partieel te wapenen kunnen optioneel worden gevolgd door een geldige code alvorens te wapenen/ontwapenen. ( zie instelling hoofdstuk 12.13)

Voor een gedeeld systeem, een code toegekend aan een sectie:
A controle sectie A
B controle sectie B
C controle sectie A, B en C.
Als het systeem niet gedeeld is dan zal het toekennen van codes en kaarten aan secties geen invloed hebben, maar de s parameter moet toch worden ingegeven in de programmatie. Geef S=3 voor een niet gedeeld systeem

Code/kaart reacties:
· Wanneer een code/kaart een natuurlijke reactie heef (r=1), dan is zijn reactie wapenen/ontwapenen/wapenen... (idem als reactie r=9)
· Aan een code/kaart kan ook een alarm reactie gegeven worden, idem zoals bij detectoren

Fabrieksinstelling: alle codes/kaarten van 01 tot 50 hebben een natuurlijke reactie(wapenen/ontwapenen en zijn toegekend aan sectie C.

12.41 Inlezen van items via de fabriekscode

Volgende code laat het inlezen van apparaten toe via productie codes: 60 nn xx..x

Waarbij:
nn het adres van het het element van 01 tot 50
xx...x de productiecode van het apparaat, de laatste 8 cijfers van de barcode terug te vinden op het label binnenin het apparaat.

Opmerkingen:
· Wanneer adres nn reeds toegekend is, dan zal het huidig apparaat gewist worden en het nieuw apparaat zal zijn plaats innemen.
· Wanneer een apparaat met productiecode xx..x reeds is ingelezen op een ander adres, en het nu opnieuw ingelezen wordt op een nieuw adres, dan zal dit apparaat verplaats worden naar het nieuw adres, waarbij het vorig adres terug vrij gegeven word.
· Wanneer je voor nn=01 of 02 ingeeft, dan zal het apparaat worden ingelezen op deze adressen die in principe voorzien zijn voor hard bedrade ingangen, deze bedrade ingangen zijn daarna inactief.
· Wanneer 8 x een 0 wordt ingegeven als productiecode dan zal het apparaat dat is toegekend aan het betreffende adres worden gewist.

12.42 Automatisch wapenen / ontwapenen via dagschema

Dit kan worden gebruikt om een automatisch volgorde van dagelijks wapenen/ontwapenen in te stellen. Tot 10 dagelijkse gebeurtenissen kunnen worden geprogrammeerd, dit zal zich dan elke dag van de week herhalen: 64 n a hh mm

Waarbij:
n nummer gebeurtenis van 0 tot 9
a type gebeurtenis 0 tot 6 (zie onderstaande tabel)
hh uren (tijdstip gebeurtenis)
mm minuten (tijdstip gebeurtenis)
* zelfde event bij een niet gedeeld systeem
** enkel mogelijk bij partieel wapenen

Opmerkingen:
· Het automatisch wapenen en ontwapenen schema kan ook worden geprogrammeerd in onderhoudsmode.
· Wanneer het automatisch schema niet gebruikt wordt voor het wapenen/ontwapenen en het systeem is niet gedeeld, dan kan het ook worden geprogrammeerd als dagelijkse timer om een apparaat te schakelen dat verbonden is aan de PGY uitgang van de centrale. Om dit te doen, maak van het systeem een gedeeld systeem en zorg ervoor dat er geen detectoren worden ingelezen in sectie B. (Hou deze sectie leeg). Programmeer dan dat de PGY uitgang getriggerd wordt bij het wapenen van sectie B en programmeer daarna het automatisch wapenen schema. (met a=4) om de lege sectie B te wapenen /ontwapenen die dan de PGY uitgang aan en uitschakelt volgens het ingestelde schema.

Fabrieksinstelling: Er is geen schema ingesteld

12.43 Wijzigen van de servicecode

Met volgende code kan de service code worden gewijzigd: 5 NC NC

Waarbij:
NC = nieuwe code (4 tekens), de nieuwe code moet 2 x na elkaar worden ingegeven.

Voorbeeld: de code 1276 kan worden geprogrammeerd door code : 5 1276 1276
Fabrieksinstelling: 8080

12.44 Ga naar onderhoudsmode

Bij ingeven van code 292 in service mode zal het systeem switchen naar de onderhoudsmode. In onderhoudsmode is het mogelijk om apparaten te bypassen, en om de interne klok te wijzigen ( zie 13.4)

12.45 Instellen van de interne klok

De centrale heeft een ingebouwde real-time klok die gebruikt wordt om de evenementen die opgeslaan worden in het geheugen van de centrale te voorzien van de juiste datum en tijd. Aanpassen van de klok kan met volgende code: 4 hh mm DD MM YY

Waarbij:
hh de tijd in uren (00 tot 23)
mm de tijd in minuten (00 tot 59)
DD de dag (01 tot 31)
MM de maand (01 tot 12)
YY het jaar (00 tot 99)

12.46 Keypad teksten wijzigen

De namen van apparaten en programmeerbare uitgangen die worden weergegeven op het LCD keypad kunnen worden gewijzigd door volgende procedure:
· Hou de ? toets ingedrukt (in service mode),in het weergegeven menu zie je de naam van het ingelezen element op adres 01 terwijl de cursor pinkt op het eerste karakter.
· Toets functies:
 en scrollen tekst
1 en 7 selectie karakter (A,B,C,D.......8,9,0)
4 en 5 cursor controle (links/rechts)
2 wissen van geselecteerde karakter
# verlaten menu (& opslaan instellingen)

Lijst van instelbare teksten:
0 tot 50: apparaten - Namen van items van adres 01 tot 50
Centrale - Naam van de centrale
Keypad - Naam van het bedrade keypad
Kiezer - Naam van de kiezer in de centrale
Master code - Naam van de master code
01to 50: Code - Naam van de gebruikerscodes
Service code - Naam van de service code
PGX en PGY - Naam van de programmeerbare uitgangen
OASIS JA-80 - De default tekst bij normale werking wanneer geen andere teksten dienen te worden weergegeven.

Opmerkingen:
· Er kunnen enkel hoofdletters worden ingegeven.
· De lengte van de tekst in gelimiteerd volgens het aantal karakters van het LCD scherm
· De tekst is enkel opgeslaan in het aangesloten keypad voor opslag, het is mogelijk om verschillende teksten per keypad te programmeren indien gewenst.
· Teksten worden opgeslaan in het geheugen van het keypad, deze worden niet gewist bij spanningsuitval.
· Gebruiksvriendelijk teksteditiering is mogelijk via de comlink software.
· Naast namen van de items heeft het keypad ook interne teksten zoals "service", "onderhoud mode" enz... Deze tekst kan ook worden ingegeven via de comlink software via het menu "instellingen" en dan het submenu "keypad teksten"
· Na het ingeven van de teksten via de comlink software moeten alle keypads (ook type JA-80F) op de bus worden aangesloten voor de overdracht van de teksten in het keypad, druk op ok in het menu en de teksten worden automatisch opgeslaan in het keypad.

Fabrieksinstelling: in adres 01 tot 50 zie je de tekst "Device". Andere teksten: "Control panel", "Keypad", "Communicator", "Master code", gebruikers 01 tot 50 "Code", "Service code", "PGX", "PGY" en "OASIS JA-80".

13 Bedienen van het systeem

Het OASIS systeem kan lokaal worden bediend door middel van het keypad, een afstandsbediening of vanop afstand via telefoon of via het internet of via PC met de comlink software.

13.1 Het systeem keypad

Binnen keypads model JA-80F (draadloos) of JA-80E (bedraad) kan worden gebruikt om het systeem te bedienen en om het systeem te programmeren. Beide keypad types bieden dezelfde functies:
 

*6 toegangscode/kaart programmering (*6 MC nn NC)
*7 voor operation while under duress (should be entered before the access code to secretly signal distress)
*8 PGX controle (AAN/UIT = *81/*80 of *8 te triggeren wanneer een puls reactie geprogrammeerd is)*
*9 PGY controle (AAN/UIT = *91/*90 of *9 te triggeren wanneer een puls reactie geprogrammeerd is)*
*0 Naar Service Mode (*0 SC – fabrieksinstelling 8080) of onderhoudsmode (*0 MC – fabrieksinstelling 1234)
De * toets laat het systeem toe om bediend te worden via een mobiele telefoon ( wanneer de centrale voorzien is van een kiezer)

13.1.1 Keypad led indicatie

ABC wapenen status van secties – wanneer alle secties gewapend zijn dan zijn de indicators A,B en C rood verlicht.

flashen = alarm, met de weergaven van het alarm op het LCD scherm, vb: Alarm 03: Keuken
continue verlicht = fout – details van de fout kan je weergeven door het indrukken van de ? toets
Spanning. Continu verlicht = spanning ok. Flashen = geen spanning, de centrale wordt gevoed via de backup-batterij

13.1.2 LCD scherm

De eerste lijn toont de status: getriggerde detector,Service mode, enz... In stand-by mode zie je de tekst "OASIS JA-80" ( kan worden gewijzigd zie 12.46)
De tweede lijn toont de naam van een zone .(e.g. 01: hoofdingang enz.). Zie Fout! Verwijzingsbron niet gevonden..

Tonen van de status van detectoren en programmeerbare uitgangen: Details van permanent getriggerde detectoren (bv open raam) en de status van de PGX en PGY uitgangen kunnen worden weergegeven door de ? toets in te drukken.

13.1.3 Slaap mode van het keypad scherm

In normale werking mode zal het draadloos keypad JA-80F gedurende 20 seconden (indien gevoed met batterijen) de status van het systeem tonen na de laatste interactie om daarna in slaapstand te gaan. Bij het indrukken van een toets, of door het openen van de klep zal het keypad terug actief, en de status weergeven.

13.1.4 Toetsen

0–9 digitale code ingeven
* Functie sequentie
# Verlaten menu
ABC sneltoets voor volledig wapenen (alle secties A, B & C)
A sneltoets voor wapenen sectie A (bv. Partieel wapenen garage)
B in een niet gedeeld "unsplit" systeem: sneltoets voor wapenen secties A en B (bv. Partieel wapenen van de eerste verdieping en de garage).
In een gedeeld "split" systeem: sneltoets voor wapenen van sectie B (C is enkel gewapend als sectie A en B gewapend zijn)
? Tonen van getriggerde detectoren (bv. open ramen), fouten en details en PGX / PGY status.
 Activeren van de PGX uitgang via het keypad (zelfde effect als functie *81)
 Activeren van de PGY uitgang via het keypad (zelfde effect als functie *80)

Opmerkingen:
· De A en B toetsen hebben enkel een functie wanneer partieel wapenen of delen van het systeem geactiveerd is.
· De pijltjestoetsen controleren enkel de PG uitgangen als dit zo geprogrammeerd is -> zie 12.5 .

13.1.5 Functies via * toest

Volgende functie zijn beschikbaar voor de gebruiker via het keypad:
*1 volledig wapenen (idem als toets ABC)*
*2 wapenen sectie A (idem als toets A)*
*3 wapenen A en B, of enkel B (idem als toets B)*
*4 oproepen geheugen (toets 4 terug scrollen) – de laatste 255 gebeurtenissen worden bewaart in de centrale
*5 nieuwe Master Code/Kaart (*5 MC NC NC)
*6 toegangscode/kaart programmering (*6 MC nn NC)
*7 voor operation while under duress (should be entered before the access code to secretly signal distress)
*8 PGX controle (AAN/UIT = *81/*80 of *8 te triggeren wanneer een puls reactie geprogrammeerd is)*
*9 PGY controle (AAN/UIT = *91/*90 of *9 te triggeren wanneer een puls reactie geprogrammeerd is)*
*0 Naar Service Mode (*0 SC – fabrieksinstelling 8080) of onderhoudsmode (*0 MC – fabrieksinstelling 1234)
De * toets laat het systeem toe om bediend te worden via een mobiele telefoon ( wanneer de centrale voorzien is van een kiezer)

13.2 Programmering van toegangscodes en kaarten

Toegang tot het systeem is mogelijk via toegangscodes met 4 karakters of via toegangskaarten of tags (PC-01 of PC-02) EM technologie 125kHz )
· De centrale heeft 1 servicecode, 1 mastercode en 50 gebruikerscodes.
· De service code kan enkel een numerieke code zijn van 4 karakters. (fabrieksinstelling is 8080)
· De master code kan zowel een numerieke code zijn (fabrieksinstelling 1234) als een toegangskaart. Met behulp van de master code/kaart kunnen andere gebruikers worden aangemaakt of gewist.
· Elke gebruiker van 01 tot 50 kan een numerieke code hebben, een kaart hebben of beide.
· Fabrieksinstelling zijn alle gebruikerscodes of kaarten gewist
· Wanneer een gebruiker zowel een code als een kaart heeft, dan kan je weergeven of beide nodig zijn, of 1 van beide om het systeem te kunnen bedienen (zie 12.36)
· Het is niet mogelijk om dezelfde kaart of code aan meerdere gebruikers toe te kennen. Wanneer je een code of kaart wil toekennen aan een andere gebruiker, dan dien je de code of kaart eerst te wissen bij de huidige gebruiker.
· Het is mogelijk om de geprogrammeerde kaarten en codes weer te geven op het keypad in onderhoudsmode ( Zie 13.4.1)
· De centrale zal 10 ongeldige (niet succesvolle) pogingen aanvaarden voor het ingeven van een geldige code of kaart. Vanaf de 11e poging zal een tamper alarm starten.

13.2.1 Programmering van toegangscodes en kaarten

Niet beschikbaar

13.3 Wapenen en ontwapenen van het systeem

Het systeem kan gewapend en ontwapend worden door middel van het keypad, een afstandsbediening of vanop afstand via telefoon of via het internet of via PC met de comlink software.

Wapenen van het systeem met een keypad:
· Druk toets ABC, A of B,
· Toets uw code of presenteer de toegangskaart.
· Wanneer het systeem partieel gewapend is ( bv sectie A), en je wil meerdere secties wapenen, druk dan op B of op ABC.
Wanneer je een gewapende sectie uitbreidt met een bijkomende sectie, dan zullen alle vertraagde en volgende vertraagde detectoren in deze secties worden gewapend, en in de sectie die al gewapend zijn zal er een uitloopvertraging geactiveerd worden. Als een gebruiker een extra sectie wil wapenen kan deze het gebouw verlaten via de secties die voordien al gewapend waren. De gebruiker moet dus niet eerst het volledig systeem ontwapenen om dan het volledig systeem opnieuw te wapenen voor het verlaten van de woning. De gekozen weg van de gebruiker om het gebouw te verlaten moet in voorzien zijn van vertraagde of volgende vertraagde detectoren. Hier moet dus rekening gehouden worden bij de conceptie van het systeem.

Ontwapenen via een keypad:
· Toets een geldige toegangscode(of presenteer de toegangskaart)

Bedienen van het systeem met het JA-80H buiten keypad
Wanneer het systeem voorzien is van een buiten keypad ( JA-80H) of een JA-80N externe kaartlezer, dan kan het buiten keypad ofwel op dezelfde manier werken als het binnen keypad (JA-81F of JA81E) of het kan geprogrammeerd worden om enkel de sturing te doen van het elektrisch slot. Bv. een binnen keypad kan gebruikt worden voor het bedienen van het alarm systeem en als de buiten-bypas functie geactiveerd is dan heb je volgende instellingen:
· Wapenen en ontwapenen enkel mogelijk via afstandsbediening of via binnen keypad JA-81F of JA-81E.
· Indrukken van een geldige toegangscode of kaart zal dan enkel het elektrisch slot openen.
· Als het systeem gewapend is,en de deur wordt geopend, dan zal bij het betreden van het gebouw een inloopvertraging starten. Tijdens de vertraging moet men het systeem ontwapenen via het binnen keypad JA-81F of JA-81E.

13.4 Onderhoudsmode

Om in de onderhoudsmode te komen kan men volgende code ingeven: *0 MC

Waarbij:
MC ofwel de mastercode is ofwel de master kaart.
In onderhoudsmode is her mogelijk om:
· Items te testen (een alarm kan niet worden getriggerd),
· Weergaven van welke kaart en code positie bezet zijn.
· Bypassen van individuele zones (voor 1 cyclus wapenen/ontwapenen of definitief) zie 13.4.2
· Programmatie van de interne klok zie hoofdstuk Fout! Verwijzingsbron niet gevonden..
· Programmatie van het automatische wapenen/ontwapenen schema - zieFout! Verwijzingsbron niet gevonden..
· Programmatie van telefoonnummers voor rapportering van gebeurtenissen (zie Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.).
· Verlaten van onderhoudsmode door indrukken van # toets

13.4.1 Weergave van de ingeprogrammeerde codes en kaarten

Weergave van de de geprogrammeerde codes en kaarten in adressen 01 tot 50 kan als volgt:
1. De centrale moet in onderhoudsmode staan, indien niet het geval, druk *0 Mastercode ( fabrieksinstelling 1234), dit in niet gewapende toestand.
2. Druk op 5 (op het scherm zie je "Codes 01: Code"),
3. Scroll met de pijltoetsen door de verschillende posities (01 tot 50), de A led zal oplichten wanneer er een code ingelezen is en de B led zal oplichten bij ingelezen kaarten
4. Druk op # om het menu te verlaten
5. Druk nogmaals op # om de onderhoudsmode te verlaten

Om toegangscode of kaarten te wijzigen, druk *6 MC nn NC (zie Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.).
Via de comlink software kan men op een eenvoudige manier de lijst weergeven van de bezette codes en kaarten, de code zijn hier wel leesbaar en dus geheim.

13.4.2 Bypassen van items

Het is mogelijk om in onderhoudsmode bepaalde items te bypassen, zowel permanent, of enkel tijdens het wapenen/ontwapenen.
1. Plaats de centrale in onderhoudsmode via *0 master code (fabrieksinstelling: 1234) wanneer het systeem niet gewapend is.
2. Druk op toets 1 om het Bypas menu te zien op het keypad.
3. Met de pijltoetsen kan je door de verschillende items scrollen die een alarm kunnen triggereren
4. Om een zone te bypassen, gebruik volgende toetsen:

Druk op 2 voor het bypassen van de zone voor 1 wapenen en ontwapenen cyclus ( het driehoek led zal beginnen knipperen)
Druk op 3 om een zone permanent te bypassen (de driehoek led zal continu oplichten)
Om het bypassen van een zone te annuleren, gebruik dan dezelfde toets die je hebt gebruikt voor het bypassen van de betreffende zone ( toets 2 of 3). Als je toets 4 gebruikt zal het bypassen worden geannuleerd voor alle zones in het systeem.
5. Het bypassen van de gewenste zones kan door het herhalen van stap 3 en 4.
6. Voor het verlaten van het bypas menu, druk op #, druk nogmaals # voor het verlaten van het onderhoudsmenu.

Wanneer een systeem met bypas geprogrammeerde zones gewapend wordt, dan zullen de bypas teksten weergegeven worden op het keypad.

13.4.3 Beveiligen van een wagen in de omgeving van het systeem

Het OASIS systeem kan ook een wagen beschermen die in de buurt binnen het radiobereik van het systeem is geparkeerd.
1. Wanneer de wagen een ingebouwd wagenalarm heeft, dan kan men een RC-85 zender aansluiten aan de uitgang van het wagenalarm, de RC-85 module kan op een vrije zone worden ingelezen in de centrale. Indien het wagenalarm een alarm triggerd, dan kan dit worden geprogrammeerd als een paniek alarm, 24h/24h , ook indien het systeem niet gewapend is.
Opmerking: Wanneer het wagenalarm het wapenen bevestigd door sirene geluiden op de alarm uitgang, dan moet dit uitgeschakeld worden om valse alarmen te vermeiden.
2. Wanneer er geen ingebouwd wagenalarm is, dan kan men de detectoren JA-85P en JA-85B installeren in de wagen. Deze detectoren kan je een eigen partitie geven in het systeem, bv bij een split systeem kan men partitie A gebruiken voor de wapendetectoren en partitie B voor de woning, waarbij zone C niet gebruikt wordt, en de codes en kaarten toegewezen aan sectie C het volledige systeem kan bedienen. Wanneer de gebruiker thuis komt kan hij sectie B ontwapenen om het huis te kunnen betreden, en sectie A wapenen om de wagen te beveiliging. De radio communicatie supervisie moet men best uitschakelen voor de wapendetectoren om valse foutmeldingen te vermeiden wanneer de wagen wegrijdt van de woning.

14 Bedienen en programmeren van het systeem via PC

Het Oasis systeem kan bediend en geprogrammeerd worden via uw PC met behulp van de Comlink Software. Sluit het controlepaneel aan op de PC met de JA-80T interface of via de JA-80TB bluetooth interface.
De comlink software kan worden gebruikt door zowel de gebruiker als de installateur. De comlink software laat enkel toegang toe via de user of servicecode. Indien er een LAN of GSM kiezer (JA-80V of JA-80Y) is aangesloten op het controlepaneel kan je het controlepaneel ook via het internet bedienen.

15 Aanbevolen basis regels voor de professionele installateur

1. Maak een tekening van de gewenste locatie van de onderdelen, onthoudend de benodigde beveiliging voor de gewenste locatie.
2. Indien een klant een reductie van het systeem wenst (prijs redenen etc,) vraag om een geschreven bevestiging dat hij/zij niet de onderdelen wil die u hem/haar aanraadt, dit om te voorkomen dat de schuld bij u wordt gelegd in het geval de bedekte ruimte later onvoldoende blijkt te zijn.
3. Voer een professionele installatie uit en doe het netjes.
4. Het is van groot belang dat u alle functies uitlegt aan de klant, hem of haar verteld alle toegangscodes te kennen, hoe het systeem te kunnen testen en hoe de klant de batterijen van de onderdelen kan vervangen.
5. Bied uw regelmatige assistentie aan voor het testen en voor het vervangen van de batterijen ( wij raden jaarlijkse inspectie aan).
6. Stel een geschreven rapport samen dat door de klant dient te worden ondertekend, dat de installatie op een goede wijze is voltooid en dat hij/zij voldoende training heeft ontvangen met betrekking tot het bedienen en het testen van het systeem.

JA-82K (deel 2)